Rapportage geeft huisartsen inzicht in voorschrijfgedrag antibiotica

Het is belangrijk dat huisartsen minder antibiotica gaan voorschrijven. Kan Topicus met data het antibiotica voorschrijfgedrag voor huisartsen inzichtelijk maken én data genereren ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek om het voorschrijfgedrag te verbeteren?

image

Bevorderen juist gebruik van antibiotica door huisartspraktijken met VIPLive

Steeds meer bacteriën zijn ongevoelig voor antibiotica en dat brengt wereldwijd de volksgezondheid in gevaar. In 2015 startte de Nederlandse overheid een programma om antibioticaresistentie tegen te gaan en het RIVM kreeg daarin een grote rol. Verschillende projecten werden opgetuigd, waaronder het aanpakken van antibioticaresistentie in de eerste lijn. 80% van de antibiotica in Nederland wordt door huisartsen voorgeschreven. Hoewel zij het internationaal gezien goed doen, omdat ze terughoudend zijn in hun voorschrijfgedrag, is er nog ruimte voor verbetering. Ongeveer een op de drie antibiotica voorschriften voldoet bijvoorbeeld niet aan de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en er is een groot verschil in voorschrijfgedrag tussen huisartsen onderling.

Vraag aan Topicus

Het is belangrijk dat huisartsen minder antibiotica gaan voorschrijven en als ze voorschrijven, dat dat dan het middel van eerste keuze is. Kunnen jullie met data het antibioticavoorschrijfgedrag voor huisartsen inzichtelijk maken én data genereren ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek om het voorschrijfgedrag te verbeteren?

Aanpak en oplossing

Om de knelpunten in het voorschrijfgedrag inzichtelijk te maken en zo een basis te leggen voor een kwalitatieve verbeterslag, is een rapportage opgesteld voor huisartsen. Een set indicatoren van antibioticavoorschrijfbeleid, ontwikkeld door het UMC Utrecht in samenwerking met het RIVM, vormt de basis hiervan. De rapportage staat standaard aan voor alle huisartsen die op VIPLive aangesloten zijn. Zij kunnen het rapport downloaden om hun eigen cijfers in te zien. Alle scores – aantal voorschriften, eerste en tweede keuze middelen per indicatie en het overall voorschrijfgedrag per indicatie – zijn op overzichtelijke wijze in staafdiagrammen weergegeven. Het is ook mogelijk als groep huisartsen de data te benchmarken, zodat ze onderling vergeleken kunnen worden. Dit gebeurt tijdens een Farmacotherapeutisch Overleg (FTO) onder begeleiding van een huisartsexpert. 

Impact

De rapportage geeft duidelijk inzicht waar je als huisarts staat en wat je eventueel kunt verbeteren qua voorschrijfgedrag. Het bespreken van de benchmark tijdens FTO’s levert extra verdieping op, zeker als die door praktijken periodiek herhaald worden. Het effect van eventuele interventies wordt dan namelijk inzichtelijk. Bovendien ontstaat er een datastroom waarmee het RIVM kan peilen hoe het in heel Nederland gaat met het voorschrijven van antibiotica bij verschillende indicaties. Als veel huisartsen deze werkwijze in hun praktijk integreren en de discussies op grote schaal plaatsvindt, gaat dat zeker op macroniveau impact hebben.

  • Voordelen

  • In de rapportage zijn data - aantal voorschriften, eerste en tweede keuze middelen per indicatie en het overall voorschrijfgedrag per indicatie - in één oogopslag inzichtelijk.
  • Over een periode van drie weken wordt gekeken naar alle ICPC’s (International Classification of Primary Care) die aan een patiënt zijn gelieerd. Zijn dat bijvoorbeeld keelpijn, hoesten en uiteindelijk pneumonie, dan wordt het geschaard onder pneumonie.
  • Een benchmark maakt het mogelijk onderling data te vergelijken.
  • Huisartsen kunnen met hun geanonimiseerde data meedoen aan een landelijke surveillance, waarmee het RIVM nationale trends monitort en een nationale benchmark genereert.